Rainy day

Handtas

Na drie weken zon was het eindelijk een grijze dag.
Ze voelde zijn ballen in zijn zak. De kloten in haar hand. De druk van haar vingers al voldoende om hem te laten springen. Ze rolde ze als twee knikkers in haar hand. De pijn, ach de pijn. Ze zag hem wel springen, bewegen, doen. Eigenlijk hield ze wel van actieve slaven.

Zijn handen waren hoog boven zijn hoofd. Dat, alleen al dat is voldoende. Zij weet dat. Hij weet dat ook. Dat ze hem bind, laat en kijkt. Hoe zijn lijf rilt. Hoe zijn brein niet om verlossing durft te vragen. Dat. Hoe haar blik bewonderend over zijn lijf gaat. Als hij volhoudt.

Nu pakt ze een veter. De rust laat hem ademen. Alsof hij even zijn armen kan ontspannen. Ik schrijf niet dat hij op zijn tenen staat, wij weten dat. Even trekt ze aan zijn pik. Dan gaat de veter om zijn ballen, de stam van zijn pik. Het simpele feit dat het bloed niet gemakkelijk terug kan stromen doet genoeg. Ze fluistert iets, of is het de wind die ze doet opwaaien als ze om hem heen draait?

Het waren prachtige dagen. Een cadeautje alsof je op vakantie was. Warme lome avonden, een rustiger tempo op het werk. Soms bracht het verlossend onweer. De andere dag weer prachtige zonnestralen.
Zijn pik was fier. Haar tepels ook. Er was geilheid in het toebrengen van pijn, het ruimte geven aan de kweling. De verbondenheid door dat te doen waar niet over werd gesproken. Goed, na een rondje bier werd er weleens gegrapt over sm. Dan zwegen beiden. Bij het naar huis gaan wreef ze dan over zijn kont. Samen wisten ze immers waar de striemen waren geslagen. Of niet.

Nu niet. De leren polsboeien waren van een kwaliteit die niet in een winkel te vinden is. Speciaal gemaakt voor hen en niet voor hem. Ze was weg bij hem. De afstand voor de bullwhip. Het toesteken als de stoot van de schermer maar dan met de prikstok, de vonk, spanning, stroom. Het enige wat ze deed was de handtakel twee tikjes verder. Verder omhoog.

Hij rekte. Het geluid wat hij erbij maakte leek op kreunen. Ze stond voor hem en keek op. Zijn blik naar beneden. Zo hoog was hij getakeld. Een traan in zijn ooghoek. Haar stem zachtjes maar zo duidelijk. Dat het ongepast was om op haar neer te kijken. Ze kneep hem. Een willekeurige plek. Zijn buik, ergens daar. Duim en wijsvinger, vast en draaien. Toen sloeg ze.

De warmte doet zijn lichaam nog meer naar haar verlangen dan normaal. Hij is afhankelijk, verslaafd aan haar grillen, haar blik, haar gretigheid. Zonder haar dwang kan hij niet meer. Hij moet het voelen, voelen om te bestaan, te leven, zijn lijf te redden in het dagelijkse van werk, relatie, dingen, gedoe, dat, tot hij weer voor haar mag knielen.

Hij vloekte, schreeuwde. Vertelde dat het niet mocht. Zijn pik hard, gezwollen, bloed en vaten en kwetsbaar. Het enige wat ze deed was haar vinger op zijn lippen. Instinctief kuste hij, likte, zijn tong alsof hij het zoetste raakte. Hij zoog gretig, alsof hij kut was en zij zijn pik. Dat, ogen dicht en doen, over geven, volgen. Ze trok hem. Aan zijn pik. Niet harder maar in een beweging van zacht wiegen.

Zoals de slagregens in golven komen. Zo liet ze hem slingeren. De takel net nog iets hoger. Zijn voeten los, zijn armen gerekt. Zijn lijf gespannen. De kleine beweging. Een slinger van Foucault. Dat, ding, fier, stijf, hard, spier, spieren, lijf, als was in haar vingers. Bespeelbaar, een duw, het knijpen en hij die volgt. Wat ze ook doet: hij volgt.

Zoals de regen komt na de zon. De warme dagen na de koude. Winter altijd gevolgd wordt door de zomer en alleen de overgang lente is. Zo was hij. Volledig in de lente. Blij, warm, vol verlangen en zo vechtend tegen de pijn. Ze bukte, bracht een opstapje, eigenlijk drie plankjes op elkaar. Voldoende om zijn tenen te laten rusten. Hij keek niet om maar genoot van het rustmoment. De dag regen tussen warme dagen.

De takel ging drie tikjes terug. Het palletje omhoog en iets vieren. Zijn hak op het hout maar zijn armen nog steeds omhoog. De tinteling in vingertoppen, de stramheid die je niet weg kan wrijven door je hand over je arm te halen. Schuivend, de pijn weg dwingend. Het mocht niet, hoefde niet, ze wilde het niet en dus accepteerde hij. Die acceptatie was zijn kracht. De kracht die zorgde dat ze hem wilde blijven zien. Juist dat hij volhoudt, keer op keer weer, maakte hem interessant voor haar.

Ze wist het van de stramme armen. Ze wist ook van het plezier wat zij met de lange flogger kon maken. Dus zwiepte ze. Langs zijn lijf, over zijn lijf. Regelmatige bewegingen. Niet eens raak. Rakend, soms, dat wel. Nauwelijks, soms wel. Gelukkig wel want raken is fijn. Hij rilde, ademde, soms. Ze zag hem. Het nauwelijks raken maakte hem al stuk en zo liet ze hem. De slagen gingen door.

Met haar hand ontgrendelde ze de takel. Hij kon lager maar zijn armen zwiepten door de lucht. Te stram om te zakken. Te streng om iets te doen wat lijkt op zijn initiatief. Volledig van haar, zijn wens, haar verlangen, het ultieme doel. Nu sloeg ze door. Slaan om te breken. Kapot te maken, laten knielen. Kruislings over schouderbladen. Soms haar hand dwingend rustend op zijn schouder.

Zijn knieën zakken, de twijfel of hij lager moet of juist omhoog. Als zijn been nog staat haalt ze uit. Forse slagen daar op het been wat nog staat. Als de verrassing die het snel opkomende onweer is. Deze grauwe dag, de regen, te veel water die riool laat overstromen. Zo is ze nu. Volledig doorgaand, niet stoppen, onstopbaar, lijf, man, slaaf en slaan. Dat is wat hij is, waarvoor hij hier is. Niet voor zon en maan, niet voor regen en zonneschijn. Alleen maar beschikbaar.

En zo ligt hij. Op de grond. Als in een plas regenwater. Ze knielt. Trekt. De veter nog op zijn plaatst. Niet veel nodig om hard te maken. Harder, terwijl het lijf hijgt. Ze zou hem kunnen neuken. Dankbaar. Bevredigend. Trots zijn op haar slaaf. Dat is ze en beloont. Simpel, effectief. Als hij zijn gezicht naar haar draait. Zij zijn ogen ziet. De verliefde zachte blik die zo vol overgave tot haar spreekt.

Dan spuugt ze. Vol in zijn gezicht. Als ze over hem heen stapt, zegt ze dat ze er vanuit gaat dat hij de polsboeien zelf losmaakt. Hij knikt. Ziet haar gaan. Haar lijf, zijn leven. Dan komen de tranen, schokt zijn lijf. En zij weet dat. Zij weet dat als ze onder de douche staat. Het vuil van haar lijf wast, de emoties verwarmt met het water. Zichzelf klaar maakt voor de zon na deze dag vol regen.

Meer informatie

Meer fantasieën en verhalen

Bronvermelding

Ingestuurd door: © B-liever

Geef een antwoord